home
mijn Vragenboek
zoek 'n hexagram stel een vraag teken 'n hexagram
wat is de Yijing? de Tien Vleugels voorwoord van Jung inleiding door Wilhelm US and UK flag over ons
steun onze site
Orakelboek
易經
het Hexagrammenboek

Als je liever handmatig het orakel wilt raadplegen of als je een bepaald hexagram willen nalezen, dan zijn de onderstaande opzoek schema's heel handig.

Orakelmunten

易經
het Hexagrammenboek

Als je liever handmatig het orakel wilt raadplegen of als je een bepaald hexagram willen nalezen, dan zijn de onderstaande opzoek schema's heel handig.






Schema 1,

Selecteer een hexagram middels de trigrammen:


Trigrammemindeling
Trigrammemindeling


Schema 2,

Kies een hexagram uit de onderstaande lijst.
De hexagrammen staan op volgorde van hun rangnummer:









2. Kun

het Ontvangende



<




het Teken van hexagram het Ontvangende @is:

  Trigram Kun , het Ontvangende, de aarde
  Trigram Kun , het Ontvangende, de aarde

Het teken bestaat uit louter gebroken lijnen. De gebroken lijn symboliseert de donkere, weke, receptieve oerkracht van het Yin. De eigenschap ven het teken is de overgave, zijn beeld is de aarde. Het is het volmaakte tegenstuk van het Scheppende: het tegenstuk, niet het tegendeel; een aanvulling, geen bestrijding. Het is de natuur tegenover de geest, de aarde tegenover de hemel, de ruimte tegenover de tijd, het vrouwelijk-moederlijke tegenover het mannelijk-vaderlijke. Overgedragen op menselijke verhoudingen vindt men het grondbeginsel van dit tegenstuk echter niet alleen in de betrekkingen tussen man en vrouw, maar ook tussen vorst en minister of vader en zoon; ja zelfs in de enkele mens leeft deze tweeheid, in het samengaan van het geestelijke en het zinnelijke.
Toch kan hier niet gesproken worden van een werkelijk dualisme, want er bestaat een duidelijk hiërarchische verhouding tussen de beide grootheden. Op zichzelf is het Ontvangende natuurlijk even belangrijk als het Scheppende. Maar door de eigenschap van de overgave is de plaats van deze oerkracht tegenover het Scheppende duidelijk gekarakteriseerd. Ze moet onder de leiding en de aansporing van het Scheppende staan, dan werkt zij heilzaam. Alleen wanneer zij met deze positie niet tevreden is en zich als gelijke aan de zijde van het Scheppende wil scharen werkt ze verkeerd. Het gevolg ervan is dan oppositie en strijd tegen het Scheppende, hetgeen voor beide partijen nadelig is.

Vermengde tekens:
Het Ontvangende is week.



het Oordeel bij hexagram het Ontvangende @is:

坤:元亨,利牝马之贞。君子有攸往,先迷后得主,利西南得朋,东北丧朋。安贞,吉。

Het ontvangende bewerkt verheven welslagen,
Bevorderend door de standvastigheid van een merrie.
Heeft de edele iets te ondernemen en wil hij vooruit,
Dan verdwaalt hij; volgt hij, dan vindt hij leiding.
Bevorderlijk is het, in het Westen en Zuiden vrienden te vinden,
In het Oosten en Noorden vrienden te ontberen.
Rustige standvastigheid brengt heil.



De vier fundamentele aspecten van het Scheppende: 'verheven welslagen, bevorderend door standvastigheid' vindt men hier terug om het Ontvangende te kenschetsen. Alleen wordt de standvastigheid hier nader gedefinieerd als de standvastigheid van een merrie. Het Ontvangende kenschetst de ruimtelijke werkelijkheid tegenover de geestelijke mogelijkheid van het Scheppende. Als het mogelijke reëel of het geestelijke ruimtelijk wordt dan geschiedt dat altijd door een beperkende, individuele werking. Vandaar dat aan de uitdrukking 'standvastigheid' de nadere bepaling 'van een merrie' is toegevoegd.
Het paard behoort bij de aarde gelijk de draak bij de hemel. Door zijn onvermoeide beweging over de vlakte symboliseert het de wijde ruimte van de aarde. Het symbool 'merrie' is gekozen omdat de merrie de kracht en de snelheid van het paard verenigt met de zachtheid en de gedweeheid van de koe.
Alleen doordat de natuur tegen het wezen van het Scheppende opgewassen is, kan ze de ontvangen impulsen verwezenlijken. Haar rijkdom bestaat daarin dat ze alle wezens voedt; haar grootheid daarin dat ze alles mooier en heerlijk maakt. Zo schept zij voorspoed voor alles wat leeft. Terwijl het Scheppende dingen verwekt, brengt het Ontvangende ze ter wereld.* Overgedragen op menselijke verhoudingen gaat het erom dat men zich gedraagt zoals de situatie dit verlangt. Men is niet in een zelfstandige positie maar werkzaam als hulpkracht. Dan is het zaak iets te presteren. Men moet geen leiding willen geven, daardoor zou men alleen maar van de weg afdwalen. Men moet zich làten leiden, dat is hier de opgave. Wie zich aan het lot weet over te geven vindt stellig de juiste leiding. De edele laat zich leiden. Hij gaat niet blindelings voorwaarts, maar leidt uit de omstandigheden af wat er van hem verlangd wordt, en volgt deze vingerwijzing van het lot. Als de denkbeelden die men ten uitvoer moet brengen eenmaal vastliggen heeft men helpers en vrienden nodig in het uur van arbeid en inspanning. De tijd van arbeid en inspanning wordt door het Westen en het Zuiden uitgedrukt. Deze vormen het symbool voor de plaats waar het Ontvangende aan het werk is voor het Scheppende, gelijk de natuur in de zomer en in de herfst; als men dan niet alle beschikbare krachten samenvat komt men niet klaar met het werk dat men te verrichten heeft. Daarom betekent 'vrienden krijgen' hier bepaaldelijk dat men leiding vindt. Maar behalve de arbeid en de inspanning is er ook een tijd voor het maken en het uitwerken van plannen; daarvoor heeft men de eenzaamheid nodig. Het Oosten symboliseert de plaats waar men de opdrachten van zijn meester ontvangt, en het Noorden de plaats waar men verslag uitbrengt over hetgeen men heeft gepresteerd. Daar moet men alleen zijn en objectief. In dit heilig uur moet men het zonder kameraden stellen, opdat de reinheid niet vertroebeld wordt door partijhaat of partijgunst.
______________
*: Men vindt hier een soortgelijke opvatting als Goethe tot uitdrukking brengt in de volgende verzen:

'So schauet mit bescheidenem Blick
Der ewigen Weberin Meisterstück,
Wie ein Tritt tausend Fäden regt,
Die Schifflein hinüber Schiessen,
Die Fäden sich begegnend fliessen,
Ein Schlag tausend Verbindungen schlägt;
Das hat sie nicht zusammengebettelt,
Sie hat's von Ewigkeit angezettelt,
Damit der ewige Meistermann
Getrost den Einschlag werfen kann.'

Commentaar op de Beslissing:

至哉坤元,万物资生,乃顺承天。坤厚载物,德合无疆。含弘光大,品物咸亨。牝马地类,行地无疆,柔顺利贞。君子攸行,先迷失道,后顺得常。西南得朋,乃与类行;东北丧朋,乃终有庆。安贞之吉,应地无疆。

Volkomen voorwaar is de verhevenheid van het Ontvangende.
Alle wezens hebben hun geboorte eraan te danken, daar het vol overgave en toewijding het hemelse ontvangt.
Het Ontvangende draagt in zijn rijkdom alle dingen. Zijn aard is in overeenstemming met het grenzeloze. Het omvat alles in zijn wijdheid en verlicht alles in zijn grootte. Door zijn toedoen komen alle afzonderlijke wezens tot welslagen.
Een merrie behoort tot het geslacht van de aarde, zij loopt op de aarde zonder grens. Week, toegewijd, bevorderend door standvastigheid: zo heeft de edele een richting voor zijn levenswandel.
Vooruitgaan leidt tot verdwalen, daar men de weg verliest. Volgen in overgave, zo verkrijgt men een duurzame positie. In het Westen en Zuiden krijgt men vrienden, zodat men met zijnsgelijken samengaat. In het Oosten en Noorden moet men de vrienden ontberen, opdat men eindelijk heil verkrijgt.
Het heil van de rust en de standvastigheid berust daarop, dat men in harmonie is met het grenzeloos zijn van de aarde.



Dit is de verklaring van het woord ‘verheven’ in het oordeel. De grootheid van het Ontvangende wordt als volkomen gekenschetst. Volkomen is wat het voorbeeld evenaart. Hiermede wordt zijn afhankelijkheid van het Scheppende reeds tot uitdrukking gebracht. Terwijl het Scheppende het verwekkende is, waaraan alle wezens hun oorsprong en hun ziel te danken hebben, is het Ontvangende het barende, dat het zaad van het hemelse in zich opneemt en aan de wezens hun lichamelijk organisme geeft.

Dit is de verklaring van het woord ‘welslagen’ in het oordeel. Ook hier vindt men de complementaire antithese van het Scheppende. Terwijl het Scheppende de dingen ‘beschermt’, d.w.z. van boven bedekt, draagt het Ontvangende ze als een altijddurende onderlaag. Zijn wezen is onbegrensde overeenstemming met het Scheppende. Daaraan heeft het zijn welslagen te danken. Terwijl de beweging van het Scheppende de rechte voorwaartse beweging en zijn rust de stilstand is, is de rust van het Ontvangende het gesloten-zijn, en zijn beweging het zich-openen. In de rusttoestand van het gesloten-zijn omvat het alle dingen als in een reusachtige moederschoot. In de bewegingstoestand van het zich-openen laat het ‘t hemelse licht binnen, waarmee het alles belicht. Daarop berust zijn welslagen, dat zich in het gedijen der wezens openbaart. Terwijl het welslagen van het Scheppende daarin bestaat, dat de afzonderlijke wezens hun bepaalde vorm krijgen, bewerkt het welslagen van het Ontvangende, dat ze gedijen en zich ontplooien.

Terwijl het Scheppende wordt gesymboliseerd door de draak, die aan de hemel vliegt, wordt het Ontvangende voorgesteld door de merrie (vereniging van kracht en overgave), die op de aarde loopt. De weekheid en de toewijding mogen de kracht niet uitsluiten, want deze is voor het Ontvangende nodig, wil het als helper van het Scheppende in aanmerking komen. De kracht wordt uitgedrukt door de woorden ‘bevorderend door standvastigheid’, die de commentaar als voorbeeld voor de levenswandel van de edele geeft. (De interpunctie wijkt van die van het oordeel af. Volgens de commentaar moet men – ten gevolge van het rijm – woordelijk vertalen: ‘Bevorderend door standvastigheid: Zo heeft de edele, waarheen hij kan gaan’. In het oordeel daarentegen worden door de meeste verklaarders de laatste woorden bij het volgende getrokken: ‘Heeft de edele iets te ondernemen en wil hij vooruit, dan verdwaalt hij...’).

Als het Ontvangende uit zichzelf voorwaarts zou willen gaan, zou het zijn natuurlijke aard verloochenen en van de weg afraken. Doordat het zich overgeeft en het Scheppende volgt, komt en blijft het in de positie, die bij zijn wezen past.
Het Westen en het Zuiden zijn volgens de opstelling van koning Wen de streek, waar de vrouwelijke diagrammen zijn opgesteld. Kun is hier te midden van de dochters. In het Oosten en Noorden daarentegen zijn de mannelijke diagrammen (Qian met de zoons), zodat het Ontvangende in deze streek alleen is. Maar juist dit alleen-zijn met het Scheppende strekt het tot heil. Zo moet de aarde met de hemel alleen zijn, de beambte de heerser alleen dienen, de vrouw de man alleen aanhangen.

De aarde is stil. Ze handelt niet zelfstandig, maar neemt bestendig de invloeden van de hemel in zich op. Daardoor wordt ze in haar leven onuitputtelijk en eeuwig. Zo krijgt ook de mens deel aan het eeuwige, doordat hij niet in ijdele, egocentrische bedrijvigheid alles ‘zelf’ wil doen, maar zich rustig en bestendig openstelt voor de impulsen, die uit de diepten van de scheppende krachten tot hem komen.



het Beeld van hexagram het Ontvangende @is:

地势坤,君子以厚德载物。

De toestand van de aarde is de ontvangende overgave.
Zo draagt de edele de buitenwereld in de wijde ruimte van zijn wezen.



Evenals er slechts één hemel is, is er slechts één aarde. Terwijl echter bij de hemel de verdubbeling van het teken de duur in de tijd aangeeft betekent deze bij de aarde de uitbreiding in de ruimte en de vastheid waarmee zij het daar levende en strevende draagt en in stand houdt. In haar overgave draagt de aarde gelijkelijk goed en kwaad. Zo maakt de edele zijn karakter ruim, degelijk en draagkrachtig, zodat hij mensen en dingen vermag te dragen en te verdragen.



上六:龙战于野,其血玄黄。
战龙于野,其道穷也。

Bovenaan een zes betekent:

Draken vechten op het veld.
Hun bloed is zwart en geel.



Op de bovenste plaats behoorde het duister te wijken voor het licht. Wil het zich handhaven op de plaats waarop het geen recht heeft en beheersen in plaats van dienen, dan wekt het de toorn van het sterke op. Er ontstaat een gevecht waarin het ten val gebracht wordt en waarin beide partijen schade lijden.
De draak, het symbool van de hemel, komt naderbij en bestrijdt de valse (aardse) draak, die zich heeft opgewerkt tot een plaats die hem niet toekomt. Zwartblauw is de kleur van de hemel, geel is de kleur van de aarde. Als er dus zwart en geel bloed vloeit, dan is dat een teken dat door deze onnatuurlijke strijd de oerkrachten beide schade lijden.

NB. Terwijl de bovenste lijn van hexagram 1, het Scheppende een Titanenhoogmoed openbaart en een paralel vormt met de Griekse sage van Icarus, vindt men in de bovenste lijn van het Ontvangende een paralel met de mythe van Lucifer, die in opstand komt tegen de opperste Godheid, of met de strijd der donkere machten tegen de goden van het Walhalla, die met de Godenschemering eindigt.


Als er louter zessen verschijnen, betekent dat:

用六:利永贞。
用六永贞,以大终也。

Bevorderlijk is duurzame standvastigheid.



Als er louter zessen verschijnen verandert het teken van het Ontvangende in het teken van hexagram 1, het Scheppende. Door in het goede te volharden verkrijgt het de kracht om te blijven voortbestaan. Er is weliswaar geen vooruitgang, maar ook geen achteruitgang.
六五:黄裳,元吉。
黄裳元吉,文在中也。

Zes op de vijfde plaats betekent:

Geel onderkleed brengt verheven heil!



Geel is de kleur van de aarde en van het midden: symbool van het betrouwbare en echte. Het onderkleed is onopvallend versierd: symbool van voorname reserve. Als iemand geroepen wordt om in een vooraanstaande, doch niet onafhankelijke positie te werken, dan berust het ware welslagen op de hoogste discretie. Echtheid en fijnheid mogen zich niet rechtstreeks manifesteren, doch alleen indirect als werking van binnenuit.
六四:括囊;无咎,无誉。
括囊无咎,慎不害也。

Zes op de vierde plaats betekent:

Toegebonden zak. Geen blaam, geen lof.


Het donker gaat open als het zich beweegt en sluit zich wanneer het rust. Hier is de strengste geslotenheid getekend. De tijd is gevaarlijk: elk optreden naar buiten leidt òf tot vijandschap van oppermachtige tegenstanders indien men hen zou willen bestrijden, òf tot verkeerd begrepen waardering indien men de dingen op hun beloop zou laten. Het is daarom zaak zich in zichzelf terug te trekken, hetzij in de eenzaamheid, hetzij in het gewoel van de wereld: want ook daar kan men zich zo goed verbergen dat men in het geheel niet wordt opgemerkt.
六三:含章可贞。或从王事,无成有终。
含章可贞;以时发也。或从王事,知光大也。

Zes op de derde plaats betekent:

Verborgen lijnen; men vermag standvastig te blijven.
Mocht je in dienst zijn van een koning,
Zoek dan geen werken, maar volbreng!


Als men vrij van ijdelheid is, vermag men zijn voortreffelijke eigenschappen zo te verbergen dat ze niet te vroeg de publieke belangstelling op zich vestigen. Zo kan men in stilte rijpen. Als de omstandigheden er toe leiden kan men wel in het openbaar optreden, maar ook dan met de nodige terughoudendheid. De wijze zal gaarne anderen de roem gunnen. Het is er hem niet om te doen iets te volbrengen dat hem als verdienste wordt aangerekend, maar hij hoopt dat datgene waartoe hij de grondslagen heeft gelegd verder zal doorwerken; dat wil zeggen hij brengt zijn werken zo tot stand dat ze in de toekomst vruchten zullen afwerpen.
een gele cirkel die aangeeft dat dit de beheersende heer van het hexagram is
六二:直,方,大,不习无不利。
六二之动,直以方也。不习无不利,地道光也。

Zes op de tweede plaats betekent:

Recht, rechthoekig, groot.
Zonder opzettelijkheid is er toch niets dat niet bevorderd wordt.



De hemel heeft als symbool de cirkel, de aarde het vierkant met zijn rechte hoeken. Bijgevolg is het rechthoekige een oorspronkelijke eigenschap van de aarde. Daarentegen is de rechtlijnige beweging oorspronkelijk een eigenschap van het Scheppende, evenals de grootte. Maar alle rechthoekige dingen gaan uit van de rechte lijn en vormen op hun beurt ook weer lichamen. Waar men in de wiskunde lijnen, vlakken en lichamen onderscheidt, ontstaan uit rechte lijnen rechthoekige vlakken en uit rechthoekige vlakken kubieke grootheden. Het Ontvangende richt zich naar de eigenschappen van het Scheppende en maakt zich deze eigen. Zo ontstaat uit een rechte lijn een vierkant en uit een vierkant een kubus. Dit is de eenvoudige overgave aan de wetten van het Scheppende, zonder er iets af- of bij te doen. Daarom is het voor het Ontvangende niet nodig iets opzettelijk na te streven of zich ergens voor in te spannen; alles komt toch terecht. De natuur brengt de wezens voort zonder list of bedrog, dat is haar (op)-recht-heid; ze is rustig en stil, dat is haar rechthoekigheid; ze weigert niet enig wezen te dulden, dat is haat grootheid. Daarom bereikt ze zonder uiterlijk misbaar of bijzondere bedoelingen voor allen het rechte. Voor de mens betekent het de hoogste wijsheid in zijn werken zo 'natuurlijk' te worden als de natuur.
初六:履霜,坚冰至。
履霜坚冰,阴始凝也。驯致其道,至坚冰也。

In het begin een zes betekent:

Trapt men op rijp, dan is het vaste ijs nabij.


Gelijk de lichte kracht het leven vertegenwoordigt, zo vertegenwoordigt de donkere kracht de dood. In de herfst, als de eerste rijp valt, begint de kracht van de duisternis en de koude zich geleidelijk te ontplooien. Na de eerste sporen zullen volgens vaste wetten de uitingen van de dood gaandeweg toenemen, tot eindelijk de starre winter met zijn ijs is aangebroken.
Precies zo gaat het in het leven. Als zich bepaalde, nauwelijks merkbare tekenen van verval beginnen te vertonen, dan gaat het verder, tot eindelijk de ondergang niet meer te vermijden is. Maar in het leven kan men zulks verhinderen, wanneer men op de eerste tekenen van het verval let en tijdig zijn tegenmaatregelen neemt.
het Teken van hexagram het Ontvangende @is:

   boven Trigram Kun , het Ontvangende, de aarde
   beneden Trigram Kun , het Ontvangende, de aarde

Het teken bestaat uit louter gebroken lijnen. De gebroken lijn symboliseert de donkere, weke, receptieve oerkracht van het Yin. De eigenschap ven het teken is de overgave, zijn beeld is de aarde. Het is het volmaakte tegenstuk van het Scheppende: het tegenstuk, niet het tegendeel; een aanvulling, geen bestrijding. Het is de natuur tegenover de geest, de aarde tegenover de hemel, de ruimte tegenover de tijd, het vrouwelijk-moederlijke tegenover het mannelijk-vaderlijke. Overgedragen op menselijke verhoudingen vindt men het grondbeginsel van dit tegenstuk echter niet alleen in de betrekkingen tussen man en vrouw, maar ook tussen vorst en minister of vader en zoon; ja zelfs in de enkele mens leeft deze tweeheid, in het samengaan van het geestelijke en het zinnelijke.
Toch kan hier niet gesproken worden van een werkelijk dualisme, want er bestaat een duidelijk hiërarchische verhouding tussen de beide grootheden. Op zichzelf is het Ontvangende natuurlijk even belangrijk als het Scheppende. Maar door de eigenschap van de overgave is de plaats van deze oerkracht tegenover het Scheppende duidelijk gekarakteriseerd. Ze moet onder de leiding en de aansporing van het Scheppende staan, dan werkt zij heilzaam. Alleen wanneer zij met deze positie niet tevreden is en zich als gelijke aan de zijde van het Scheppende wil scharen werkt ze verkeerd. Het gevolg ervan is dan oppositie en strijd tegen het Scheppende, hetgeen voor beide partijen nadelig is.

Vermengde tekens:
Het Ontvangende is week.
het Oordeel bij hexagram het Ontvangende @is:

坤:元亨,利牝马之贞。君子有攸往,先迷后得主,利西南得朋,东北丧朋。安贞,吉。

Het ontvangende bewerkt verheven welslagen,
Bevorderend door de standvastigheid van een merrie.
Heeft de edele iets te ondernemen en wil hij vooruit,
Dan verdwaalt hij; volgt hij, dan vindt hij leiding.
Bevorderlijk is het, in het Westen en Zuiden vrienden te vinden,
In het Oosten en Noorden vrienden te ontberen.
Rustige standvastigheid brengt heil.



De vier fundamentele aspecten van het Scheppende: 'verheven welslagen, bevorderend door standvastigheid' vindt men hier terug om het Ontvangende te kenschetsen. Alleen wordt de standvastigheid hier nader gedefinieerd als de standvastigheid van een merrie. Het Ontvangende kenschetst de ruimtelijke werkelijkheid tegenover de geestelijke mogelijkheid van het Scheppende. Als het mogelijke reëel of het geestelijke ruimtelijk wordt dan geschiedt dat altijd door een beperkende, individuele werking. Vandaar dat aan de uitdrukking 'standvastigheid' de nadere bepaling 'van een merrie' is toegevoegd.
Het paard behoort bij de aarde gelijk de draak bij de hemel. Door zijn onvermoeide beweging over de vlakte symboliseert het de wijde ruimte van de aarde. Het symbool 'merrie' is gekozen omdat de merrie de kracht en de snelheid van het paard verenigt met de zachtheid en de gedweeheid van de koe.
Alleen doordat de natuur tegen het wezen van het Scheppende opgewassen is, kan ze de ontvangen impulsen verwezenlijken. Haar rijkdom bestaat daarin dat ze alle wezens voedt; haar grootheid daarin dat ze alles mooier en heerlijk maakt. Zo schept zij voorspoed voor alles wat leeft. Terwijl het Scheppende dingen verwekt, brengt het Ontvangende ze ter wereld.* Overgedragen op menselijke verhoudingen gaat het erom dat men zich gedraagt zoals de situatie dit verlangt. Men is niet in een zelfstandige positie maar werkzaam als hulpkracht. Dan is het zaak iets te presteren. Men moet geen leiding willen geven, daardoor zou men alleen maar van de weg afdwalen. Men moet zich làten leiden, dat is hier de opgave. Wie zich aan het lot weet over te geven vindt stellig de juiste leiding. De edele laat zich leiden. Hij gaat niet blindelings voorwaarts, maar leidt uit de omstandigheden af wat er van hem verlangd wordt, en volgt deze vingerwijzing van het lot. Als de denkbeelden die men ten uitvoer moet brengen eenmaal vastliggen heeft men helpers en vrienden nodig in het uur van arbeid en inspanning. De tijd van arbeid en inspanning wordt door het Westen en het Zuiden uitgedrukt. Deze vormen het symbool voor de plaats waar het Ontvangende aan het werk is voor het Scheppende, gelijk de natuur in de zomer en in de herfst; als men dan niet alle beschikbare krachten samenvat komt men niet klaar met het werk dat men te verrichten heeft. Daarom betekent 'vrienden krijgen' hier bepaaldelijk dat men leiding vindt. Maar behalve de arbeid en de inspanning is er ook een tijd voor het maken en het uitwerken van plannen; daarvoor heeft men de eenzaamheid nodig. Het Oosten symboliseert de plaats waar men de opdrachten van zijn meester ontvangt, en het Noorden de plaats waar men verslag uitbrengt over hetgeen men heeft gepresteerd. Daar moet men alleen zijn en objectief. In dit heilig uur moet men het zonder kameraden stellen, opdat de reinheid niet vertroebeld wordt door partijhaat of partijgunst.
______________
*: Men vindt hier een soortgelijke opvatting als Goethe tot uitdrukking brengt in de volgende verzen:

'So schauet mit bescheidenem Blick
Der ewigen Weberin Meisterstück,
Wie ein Tritt tausend Fäden regt,
Die Schifflein hinüber Schiessen,
Die Fäden sich begegnend fliessen,
Ein Schlag tausend Verbindungen schlägt;
Das hat sie nicht zusammengebettelt,
Sie hat's von Ewigkeit angezettelt,
Damit der ewige Meistermann
Getrost den Einschlag werfen kann.'

Commentaar op de Beslissing:

至哉坤元,万物资生,乃顺承天。坤厚载物,德合无疆。含弘光大,品物咸亨。牝马地类,行地无疆,柔顺利贞。君子攸行,先迷失道,后顺得常。西南得朋,乃与类行;东北丧朋,乃终有庆。安贞之吉,应地无疆。

Volkomen voorwaar is de verhevenheid van het Ontvangende.
Alle wezens hebben hun geboorte eraan te danken, daar het vol overgave en toewijding het hemelse ontvangt.
Het Ontvangende draagt in zijn rijkdom alle dingen. Zijn aard is in overeenstemming met het grenzeloze. Het omvat alles in zijn wijdheid en verlicht alles in zijn grootte. Door zijn toedoen komen alle afzonderlijke wezens tot welslagen.
Een merrie behoort tot het geslacht van de aarde, zij loopt op de aarde zonder grens. Week, toegewijd, bevorderend door standvastigheid: zo heeft de edele een richting voor zijn levenswandel.
Vooruitgaan leidt tot verdwalen, daar men de weg verliest. Volgen in overgave, zo verkrijgt men een duurzame positie. In het Westen en Zuiden krijgt men vrienden, zodat men met zijnsgelijken samengaat. In het Oosten en Noorden moet men de vrienden ontberen, opdat men eindelijk heil verkrijgt.
Het heil van de rust en de standvastigheid berust daarop, dat men in harmonie is met het grenzeloos zijn van de aarde.



Dit is de verklaring van het woord ‘verheven’ in het oordeel. De grootheid van het Ontvangende wordt als volkomen gekenschetst. Volkomen is wat het voorbeeld evenaart. Hiermede wordt zijn afhankelijkheid van het Scheppende reeds tot uitdrukking gebracht. Terwijl het Scheppende het verwekkende is, waaraan alle wezens hun oorsprong en hun ziel te danken hebben, is het Ontvangende het barende, dat het zaad van het hemelse in zich opneemt en aan de wezens hun lichamelijk organisme geeft.

Dit is de verklaring van het woord ‘welslagen’ in het oordeel. Ook hier vindt men de complementaire antithese van het Scheppende. Terwijl het Scheppende de dingen ‘beschermt’, d.w.z. van boven bedekt, draagt het Ontvangende ze als een altijddurende onderlaag. Zijn wezen is onbegrensde overeenstemming met het Scheppende. Daaraan heeft het zijn welslagen te danken. Terwijl de beweging van het Scheppende de rechte voorwaartse beweging en zijn rust de stilstand is, is de rust van het Ontvangende het gesloten-zijn, en zijn beweging het zich-openen. In de rusttoestand van het gesloten-zijn omvat het alle dingen als in een reusachtige moederschoot. In de bewegingstoestand van het zich-openen laat het ‘t hemelse licht binnen, waarmee het alles belicht. Daarop berust zijn welslagen, dat zich in het gedijen der wezens openbaart. Terwijl het welslagen van het Scheppende daarin bestaat, dat de afzonderlijke wezens hun bepaalde vorm krijgen, bewerkt het welslagen van het Ontvangende, dat ze gedijen en zich ontplooien.

Terwijl het Scheppende wordt gesymboliseerd door de draak, die aan de hemel vliegt, wordt het Ontvangende voorgesteld door de merrie (vereniging van kracht en overgave), die op de aarde loopt. De weekheid en de toewijding mogen de kracht niet uitsluiten, want deze is voor het Ontvangende nodig, wil het als helper van het Scheppende in aanmerking komen. De kracht wordt uitgedrukt door de woorden ‘bevorderend door standvastigheid’, die de commentaar als voorbeeld voor de levenswandel van de edele geeft. (De interpunctie wijkt van die van het oordeel af. Volgens de commentaar moet men – ten gevolge van het rijm – woordelijk vertalen: ‘Bevorderend door standvastigheid: Zo heeft de edele, waarheen hij kan gaan’. In het oordeel daarentegen worden door de meeste verklaarders de laatste woorden bij het volgende getrokken: ‘Heeft de edele iets te ondernemen en wil hij vooruit, dan verdwaalt hij...’).

Als het Ontvangende uit zichzelf voorwaarts zou willen gaan, zou het zijn natuurlijke aard verloochenen en van de weg afraken. Doordat het zich overgeeft en het Scheppende volgt, komt en blijft het in de positie, die bij zijn wezen past.
Het Westen en het Zuiden zijn volgens de opstelling van koning Wen de streek, waar de vrouwelijke diagrammen zijn opgesteld. Kun is hier te midden van de dochters. In het Oosten en Noorden daarentegen zijn de mannelijke diagrammen (Qian met de zoons), zodat het Ontvangende in deze streek alleen is. Maar juist dit alleen-zijn met het Scheppende strekt het tot heil. Zo moet de aarde met de hemel alleen zijn, de beambte de heerser alleen dienen, de vrouw de man alleen aanhangen.

De aarde is stil. Ze handelt niet zelfstandig, maar neemt bestendig de invloeden van de hemel in zich op. Daardoor wordt ze in haar leven onuitputtelijk en eeuwig. Zo krijgt ook de mens deel aan het eeuwige, doordat hij niet in ijdele, egocentrische bedrijvigheid alles ‘zelf’ wil doen, maar zich rustig en bestendig openstelt voor de impulsen, die uit de diepten van de scheppende krachten tot hem komen.
het Beeld van hexagram het Ontvangende @is:

地势坤,君子以厚德载物。

De toestand van de aarde is de ontvangende overgave.
Zo draagt de edele de buitenwereld in de wijde ruimte van zijn wezen.



Evenals er slechts één hemel is, is er slechts één aarde. Terwijl echter bij de hemel de verdubbeling van het teken de duur in de tijd aangeeft betekent deze bij de aarde de uitbreiding in de ruimte en de vastheid waarmee zij het daar levende en strevende draagt en in stand houdt. In haar overgave draagt de aarde gelijkelijk goed en kwaad. Zo maakt de edele zijn karakter ruim, degelijk en draagkrachtig, zodat hij mensen en dingen vermag te dragen en te verdragen.




het kernhexagram:

2. Kun
het Ontvangende

@
上六:龙战于野,其血玄黄。
战龙于野,其道穷也。

Bovenaan een zes betekent:

Draken vechten op het veld.
Hun bloed is zwart en geel.



Op de bovenste plaats behoorde het duister te wijken voor het licht. Wil het zich handhaven op de plaats waarop het geen recht heeft en beheersen in plaats van dienen, dan wekt het de toorn van het sterke op. Er ontstaat een gevecht waarin het ten val gebracht wordt en waarin beide partijen schade lijden.
De draak, het symbool van de hemel, komt naderbij en bestrijdt de valse (aardse) draak, die zich heeft opgewerkt tot een plaats die hem niet toekomt. Zwartblauw is de kleur van de hemel, geel is de kleur van de aarde. Als er dus zwart en geel bloed vloeit, dan is dat een teken dat door deze onnatuurlijke strijd de oerkrachten beide schade lijden.


NB. Terwijl de bovenste lijn van hexagram 1, het Scheppende een Titanenhoogmoed openbaart en een paralel vormt met de Griekse sage van Icarus, vindt men in de bovenste lijn van het Ontvangende een paralel met de mythe van Lucifer, die in opstand komt tegen de opperste Godheid, of met de strijd der donkere machten tegen de goden van het Walhalla, die met de Godenschemering eindigt.


Als er louter zessen verschijnen, betekent dat:

用六:利永贞。
用六永贞,以大终也。

Bevorderlijk is duurzame standvastigheid.



Als er louter zessen verschijnen verandert het teken van het Ontvangende in het teken van hexagram 1, het Scheppende. Door in het goede te volharden verkrijgt het de kracht om te blijven voortbestaan. Er is weliswaar geen vooruitgang, maar ook geen achteruitgang.


六五:黄裳,元吉。
黄裳元吉,文在中也。

Zes op de vijfde plaats betekent:

Geel onderkleed brengt verheven heil!



Geel is de kleur van de aarde en van het midden: symbool van het betrouwbare en echte. Het onderkleed is onopvallend versierd: symbool van voorname reserve. Als iemand geroepen wordt om in een vooraanstaande, doch niet onafhankelijke positie te werken, dan berust het ware welslagen op de hoogste discretie. Echtheid en fijnheid mogen zich niet rechtstreeks manifesteren, doch alleen indirect als werking van binnenuit.


六四:括囊;无咎,无誉。
括囊无咎,慎不害也。

Zes op de vierde plaats betekent:

Toegebonden zak. Geen blaam, geen lof.



Het donker gaat open als het zich beweegt en sluit zich wanneer het rust. Hier is de strengste geslotenheid getekend. De tijd is gevaarlijk: elk optreden naar buiten leidt òf tot vijandschap van oppermachtige tegenstanders indien men hen zou willen bestrijden, òf tot verkeerd begrepen waardering indien men de dingen op hun beloop zou laten. Het is daarom zaak zich in zichzelf terug te trekken, hetzij in de eenzaamheid, hetzij in het gewoel van de wereld: want ook daar kan men zich zo goed verbergen dat men in het geheel niet wordt opgemerkt.


六三:含章可贞。或从王事,无成有终。
含章可贞;以时发也。或从王事,知光大也。

Zes op de derde plaats betekent:

Verborgen lijnen; men vermag standvastig te blijven.
Mocht je in dienst zijn van een koning,
Zoek dan geen werken, maar volbreng!


Als men vrij van ijdelheid is, vermag men zijn voortreffelijke eigenschappen zo te verbergen dat ze niet te vroeg de publieke belangstelling op zich vestigen. Zo kan men in stilte rijpen. Als de omstandigheden er toe leiden kan men wel in het openbaar optreden, maar ook dan met de nodige terughoudendheid. De wijze zal gaarne anderen de roem gunnen. Het is er hem niet om te doen iets te volbrengen dat hem als verdienste wordt aangerekend, maar hij hoopt dat datgene waartoe hij de grondslagen heeft gelegd verder zal doorwerken; dat wil zeggen hij brengt zijn werken zo tot stand dat ze in de toekomst vruchten zullen afwerpen.


een gele cirkel die aangeeft dat dit de beheersende heer van het hexagram is
六二:直,方,大,不习无不利。
六二之动,直以方也。不习无不利,地道光也。

Zes op de tweede plaats betekent:

Recht, rechthoekig, groot.
Zonder opzettelijkheid is er toch niets dat niet bevorderd wordt.



De hemel heeft als symbool de cirkel, de aarde het vierkant met zijn rechte hoeken. Bijgevolg is het rechthoekige een oorspronkelijke eigenschap van de aarde. Daarentegen is de rechtlijnige beweging oorspronkelijk een eigenschap van het Scheppende, evenals de grootte. Maar alle rechthoekige dingen gaan uit van de rechte lijn en vormen op hun beurt ook weer lichamen. Waar men in de wiskunde lijnen, vlakken en lichamen onderscheidt, ontstaan uit rechte lijnen rechthoekige vlakken en uit rechthoekige vlakken kubieke grootheden. Het Ontvangende richt zich naar de eigenschappen van het Scheppende en maakt zich deze eigen. Zo ontstaat uit een rechte lijn een vierkant en uit een vierkant een kubus. Dit is de eenvoudige overgave aan de wetten van het Scheppende, zonder er iets af- of bij te doen. Daarom is het voor het Ontvangende niet nodig iets opzettelijk na te streven of zich ergens voor in te spannen; alles komt toch terecht. De natuur brengt de wezens voort zonder list of bedrog, dat is haar (op)-recht-heid; ze is rustig en stil, dat is haar rechthoekigheid; ze weigert niet enig wezen te dulden, dat is haat grootheid. Daarom bereikt ze zonder uiterlijk misbaar of bijzondere bedoelingen voor allen het rechte. Voor de mens betekent het de hoogste wijsheid in zijn werken zo 'natuurlijk' te worden als de natuur.


初六:履霜,坚冰至。
履霜坚冰,阴始凝也。驯致其道,至坚冰也。

In het begin een zes betekent:

Trapt men op rijp, dan is het vaste ijs nabij.


Gelijk de lichte kracht het leven vertegenwoordigt, zo vertegenwoordigt de donkere kracht de dood. In de herfst, als de eerste rijp valt, begint de kracht van de duisternis en de koude zich geleidelijk te ontplooien. Na de eerste sporen zullen volgens vaste wetten de uitingen van de dood gaandeweg toenemen, tot eindelijk de starre winter met zijn ijs is aangebroken.
Precies zo gaat het in het leven. Als zich bepaalde, nauwelijks merkbare tekenen van verval beginnen te vertonen, dan gaat het verder, tot eindelijk de ondergang niet meer te vermijden is. Maar in het leven kan men zulks verhinderen, wanneer men op de eerste tekenen van het verval let en tijdig zijn tegenmaatregelen neemt.